De “gewone” transgender

Deel I

Op de derde Transgender-Informatie-Dag (15/10/2011) in Groningen gaven Jeanine Trip en Mik van Es een presentatie. Aan de hand van tien stellingen presenteerden ze informatie over ‘gewone transgenders’. 

Mik en Jeanine

Hier volgt een samenvatting van de eerste vijf stellingen in de vorm van een interview met Mik.

Wat zijn ‘transgenders’?

“Met ‘transgenders’ bedoelen wij: iedereen die niet helemaal past in één van de cultureel bepaalde hokjes ‘man’ of ‘vrouw’. Dat kan een man zijn die zich vrouwelijk kleedt. Het kan ook een man zijn die zich vrouw voelt of dat liever zou zijn. Voor een vrouw geldt in beginsel hetzelfde. Alleen kleedt een vrouw zich in onze cultuur niet snel te mannelijk.

 Voor m-v transgenders moet je aan de ene kant denken aan: ‘gewone’ travestieten, ‘gewone’ transvrouwen en mannen in rok. Aan de andere kant: vrouwelijke homo’s, showgirls, lady-boys, showtransen, dragqueens en showtravestieten.”

Wat zijn ‘gewone’ transgenders?

“Daar bedoelen we de eerste kant mee. Dat zijn m-v transgenders zoals die op de t&t’s komen. Mannen die zich thuis stiekem verkleden en tenslotte op de t&t’s voorzichtig uit de kast beginnen te komen. Het zijn huisvader-travestieten en -transen die opgroeien in de kast.”

 Zijn er ook ‘niet-gewone’ transgenders?

 “Dat is de andere kant. Dat zijn show-transgenders: showgirls, showtravestieten, queer, lady-boys, drag-queens… Het zijn m-v transgenders die gericht zijn op het zich op een vrouwelijk manier presenteren naar andere mensen toe. Dat kun je niet in de kast doen, dus wat ze doen, doen ze in de openbaarheid: in de kroeg, in de bar, op straat of op het toneel. Ze doen dat om uit te gaan, iemand op te pikken, shows te geven, te animeren of zich te prostitueren. Vaak zijn het homo’s. Thaise lady-boys zijn een voorbeeld.”

 Wat is er gewoon aan ‘gewone’ transgenders?

“Er zijn er heel veel van, maar je ziet ze normaal amper. Show-transgenders zijn veel zichtbaarder, maar in werkelijkheid veel zeldzamer.”

Stelling 1 was: “Gewone transgenders zijn homo”

“Ja, dat wordt vaak gedacht. Mannen die zich in een jurk hullen zijn homo, dat weet ongeveer iedereen. Waarom zou je anders als man een jurk aantrekken? Je probeert natuurlijk voor vrouw door te gaan en op die manier een andere man te verleiden, is het idee.

Op zich is dat niet zo’n vreemde gedachte, want normaal kleed je je vaak met het oog op andere mensen. Als je opeens een jurk aantrekt, kan het dus zijn dat je op die manier je kans op een date wilt verbeteren. Verder waren tot voor kort de enige transgenders die mensen zagen, show-transgenders. Dat zijn bijna altijd homo’s en die pikken inderdaad heteroseksuele mannen op. Dus in dat geval klopt het nog ook.”

Wat hebben jullie hierover gevonden?

“Het onderzoek van Vennix uit 1997 leert dat er van de gewone transgenders 5% homo is (normaal 3%), 28% bi-seksueel (normaal 10%), 62% zegt puur hetero te zijn (normaal 87%) en 5% aseksueel (normaal 0 of 1%).

Aseksueel betekent dat iemand geen seksuele interesse heeft in andere mensen. Het wil niet zeggen dat je geen seksuele gevoelens hebt.

De meeste gewone transgenders zijn dus inderdaad hetero, namelijk 6 van de 10. Maar in verhouding is de groep niet-hetero’s (biseksuelen, aseksuelen en homo’s) drie keer groter dan normaal (38% tegen normaal 13%).  Het grootste verschil zie je bij de aseksuelen, die groep is vermoedelijk 5 keer groter. De groep biseksuelen is ruwweg 3 keer zo groot. De groep homo’s bijna 2 keer zo groot als normaal.”

Wat is jullie conclusie?

“De stelling klopt niet: gewone transgender zijn meestal geen homo. Maar  tegelijkertijd is duidelijk, dat ze vaak ook niet gewoon hetero zijn. In verhouding zijn er veel te veel aseksuelen, biseksuelen en homo’s. De stelling dat ze normaal hetero zijn, klopt dus ook niet.”

Stelling 2 was: “Transgender zijn heeft niets met erotiek te maken“.

Waarom deze stelling?

“Transgenders zelf beweren vaak dat het allemaal echt niets met seks te maken heeft. Het gaat om hun gevoel, hun identiteit.”

Wat hebben jullie gevonden?

 “We hebben net al gezien, dat er in verhouding veel te veel biseksuelen, aseksuelen en homo’s voorkomen onder de gewone transgenders (38% tegen normaal 14%). Dat duidt er dus op dat het wel iets met erotiek te maken heeft.

Ten tweede hebben gewone transgenders bijna drie maal zo veel buitenechtelijke contacten als normaal (17% tegen 6%). Verder vrijen ze veel minder vaak met hun partner (omgerekend 3,9 tegen 6,4 keer per maand).

Maar we zijn er nog niet. Twee van de drie ervaren het dragen van vrouwenkleding als seksueel opwindend. Drie van de vier vinden masturberen in vrouwenkleding prettig.

 Het laatste punt: de vragen van de schaal Seksuele Opwinding van Vennix scoren qua belang dat transgenders eraan toekennen heel hoog met een gemiddelde van 3,5.”

Wat is jullie conclusie?

 “Als je naar deze gegevens kijkt, is het duidelijk dat transgender zijn grote gevolgen heeft voor het seksleven. De stelling klopt dus niet. Transgender zijn is ook een seksuele gerichtheid.

Toch wil ik daar nog iets aan toevoegen. Vennix vindt nog een tweede factor, die ik eerder op mijn travestie-blog omschreef als: ‘Prettig Anders als Vrouw’. Dat is een soort ontspanningsfactor: je prettig en anders voelen, terwijl je vrouw bent. Die vrouw-zijn-is-fijn-factor blijkt qua belang ongeveer even hoog te scoren als Seksuele Opwinding. Dat is dus de andere grote drijfveer voor transgenders en die heeft niets met seks te maken, want die twee factoren blijken ongerelateerd te zijn.

Verder blijkt die vrouw-zijn-is-fijn-factor sterk samen te hangen met het uit de hand lopen van travestie en met de wens om vrouw te zijn, terwijl Seksuele Opwinding dat niet doet. Het is dus die aantrekkelijkheid van het vrouw zijn in de virtuele kastwereld, die in de praktijk grote gevolgen heeft en niet de seksuele opwinding. Dus in die zin hebben transgenders een terecht punt.”

Stelling 3 was: “Een goeie travestiet zie je niet”

“Dat is de titel van een boek van Renate Stoute, toen nog René. René was een echte kast-travestiet die heel lang doodsbang was dat de buren hem per ongeluk zouden zien. Het is ook een strijdpunt tussen sommige andere transgenders en mij. Ik loop er  soms veel te opvallend bij in bijvoorbeeld een roze minirok. Dat doen gewone vrouwen niet, vinden ze.

Maar ik ben geen vrouw en zeker geen gewone vrouw. Waarom zou ik proberen iets te zijn, dat ik niet ben? Ik ben  travestiet, showgirl. Waarom zou ik niet mogen opvallen? Ik schijn prachtige benen te hebben, waarom zou ik die niet laten zien?

Ja, dat klopt. Ik ben geen goed voorbeeld meer. Sinds ik 15 jaar geleden besloot uit de kast te komen, ben ik alleen nog showgirl. De deur van de kast heb ik toen voor altijd achter me dichtgetrokken. Je kunt als transgender niet in de kast en buiten de kast leven. Je moet kiezen en je kunt niet meer terug. Het heeft lang geduurd, voordat ik dat begreep. Renate is daar ook tegenop gelopen, denk ik. Ze kon tenslotte die overstap niet meer maken.”

Wat zijn jullie bevindingen?

“Vennix vindt in zijn eerste onderzoek dat de favoriete kledingstijlen van transgenders zijn: zeer vrouwelijk, elegant, modieus, chique, strak, sexy/uitdagend. Verder bezoekt maar een heel klein deel van de gewone transgenders als vrouw bars (14%) en nog minder doen als vrouw de boodschappen in de plaatselijke supermarkt (7%). In zijn laatste onderzoek, ‘Transgenders en werk, vindt hij een duidelijk verband tussen angst voor hinderlijke reacties en het belang dat men hecht aan passabiliteit. De correlatie bedraagt 0,62; dat is heel hoog.”

Wat is jullie conclusie?

“Men wil graag een mooie, verleidelijke vrouw zijn, maar men is bang voor hinderlijke reacties. Daarom durft men de straat niet op en als men het tenslotte wel durft, probeert men vooral niet op te vallen. Het resultaat is vermoedelijk dat men daardoor extra opvalt en meer kans heeft op vervelende reacties.”

Stelling 4 was: er zijn ongeveer evenveel gewone transgenders als homo’s.

“Volgens het laatste bevolkingsonderzoek van het Nisso zijn er 3,1% mannen die zich seksueel uitsluitend aangetrokken voelen tot mannen. Verder zijn er 2,6% mannen die biseksueel zijn, maar een voorkeur hebben voor mannen. Dat levert samen 5,7% mannen die zich uitsluitend of vooral aangetrokken voelen tot mannen.

Volgens hetzelfde bevolkingsonderzoek doet 2,8% van alle mannen aan travestie voor seksuele opwinding. Verder voelt 0,5% van alle mannen zich meer vrouw dan man. Ten slotte voelt 5,1% van alle mannen zich evenveel vrouw als man. In totaal levert dat 8,4% m-v transgenders. De eerste groep en de laatste twee groepen overlappen elkaar iets en als je dat corrigeert (de antwoorden blijken ongerelateerd te zijn), kom je uit op 8,2% gewone transgenders bij de mannen.

De conclusie moet dus zijn dat de stelling fout is: er zijn meer mannelijke transgenders dan homo’s.”

Dat is toch moeilijk te geloven?

“Als je afgaat op hoeveel je er ziet, inderdaad. Maar dat zegt weinig, want gewone transgenders komen normaal de kast niet uit en als ze het doen, proberen ze niet op te vallen. Wat je niet ziet, is er niet. In werkelijkheid zijn het er vermoedelijk nog iets meer. Want het Nisso heeft niet iedereen die vraag gesteld, maar een getrapte procedure gebruikt, waarbij mensen eerst een algemene vraag bevestigend moesten beantwoorden om deze vraag te krijgen. Verder zal ook niet iedereen onmiddellijk toegeven dat hij aan travestie doet.”

Stelling 5: Bijna alle gewone transgenders willen graag vrouw zijn! Wat zijn jullie gegevens?

“We hebben geput uit beide onderzoeken van Vennix. Dit was wat we konden vinden. Meer dan de helft (54%) was liever als meisje geboren. Bijna de helft (45%) zou, als het mogelijk was, liever als vrouw leven. Een kwart (25%) geeft aan nooit gelukkig te kunnen worden als man. Acht op de tien (81%) is ‘beslist’ of ‘liever’ vrouw dan man. Bijna negen op de tien (86%) speelt tijdens seksuele fantasieën altijd, meestal of soms de vrouwenrol.

De conclusie moet dus zijn dat de stelling klopt. Vrijwel alle gewone transgenders willen liever vrouw zijn.”

Dat betekent dat alle gewone transgenders ‘genderdysfoor’ zijn?

“In zekere zin wel. Genderdysforie betekent letterlijk dat je ontevreden bent over je gender, je sekserol. Transgenders willen vrouw zijn, maar durven dat vaak niet. Ze kunnen daardoor niet zijn, wie ze graag willen zijn.

Kijk, de term wordt ook gebruikt door artsen in het geval iemand een transitie wil. Het is natuurlijk niet zo dat iedere transgender onmiddellijk volledig lichamelijk aangepast wil aan die rol.”

Ik dacht dat je je een tijdje geleden nog vrij kwaad had gemaakt over het gebruik van die term ‘genderdysfoor’?

“Dat klopt. Op de nieuwe website van Transgendervereniging Nederland wordt die term heel nadrukkelijk in het medische vlak getrokken. De bedoeling is kennelijk aan te geven dat we een medisch erkend probleem zijn. Maar het resultaat is natuurlijk dat je naar buiten toe zegt: ‘Wij zijn ziek, heel erg ziek en het zit in ons hoofd.’

Sorry, maar ik ben niet ziek, ook niet in mijn hoofd en andere transgenders zouden dat ook niet moeten willen zijn. Durf te zijn, wie je bent. Verstop jezelf niet langer. Kom op voor je rechten.”

Mik van Es, Jeanine Trip

Bronnen

Bakker, F. & Vanwesenbeeck, I.: “Seksuele gezondheid in Nederland 2006”, Eburon, 2006.

Van Es, M.: “Welke redenen zijn volgens travestieten belangrijk?” Miks travestie-notities 11, (online beschikbaar).

Vennix, P.: “Travestie in Nederland en Vlaanderen”, Eburon, 1997.

Vennix, P.: “Transgenders en werk”, Rutgers Nisso Groep, 2010 (online beschikbaar).

Wellings, K.: “Sexual Behaviour in Britain“,  Penguin Books, 1994.

 

Reacties: mikvanes@gmail.com

Platform Transgenderinitiatieven Noord Nederland